Wanneer je via Doneer Effectief doneert, zie je vaak concrete cijfers: je donatie heeft bijvoorbeeld 50 malarianetten gefinancierd of 5 ton CO₂-uitstoot voorkomen. Maar hoe worden deze cijfers bepaald?
Deze blog legt uit hoe de onafhankelijke onderzoeksorganisaties waarmee Doneer Effectief samenwerkt – GiveWell, Giving Green en Animal Charity Evaluators – hun impactschattingen maken. Deze organisaties drukken impact uit in kosteneffectiviteit: het effect per gedoneerde euro. Om de impact van goede doelen te bepalen, voeren zij kosteneffectiviteitsanalyses uit. De uitkomsten bieden niet alleen inzicht in jouw persoonlijke impact, maar vormen ook de basis om te bepalen welke goede doelen worden aangeraden door de evaluator.
Impact als uitgangspunt van geven
Doneer Effectief werkt vanuit een eenvoudig uitgangspunt: geef waar je euro het meeste goed zou kunnen doen. Dit betekent dat we afgaan op bewijs. Impact, uitgedrukt in termen van levens gered, ziekten voorkomen, dierenlevens verbeteren of tonnen CO₂-uitstoot vermeden, vormt de kern van onze keuzes. We steunen op onafhankelijke evaluatoren die de complexiteit van impact maken berekenen op zich nemen, zodat jij als donateur kunt kiezen op basis van betrouwbare schattingen. Hieronder leggen we uit hoe dit per thema in elkaar zit.
Armoede & Gezondheid en Vrouwenemancipatie
Je hebt net €100 gedoneerd en ziet: “Jouw donatie heeft 25 malarianetten mogelijk gemaakt.” Maar hoe weten we dat zo precies? Waarom niet 15 of 33?
Voor de thema’s ‘Armoede & Gezondheid’ en ‘Vrouwenemancipatie’ doen Givewell en Founder Pledge de impact evaluaties. Zij hanteren een vergelijkbare systematische aanpak om wetenschappelijk onderzoek om te zetten in concrete, begrijpelijke cijfers. Hun methodieken combineren rigoureus bewijs met praktische data om van onderzoeksresultaten naar betrouwbaar inzicht van real-world impact te komen. Aangezien het overgrote deel van onze adviezen voortkomt uit het werk van GiveWell behandelen we in dit artikel hun aanpak.
Wetenschappelijk bewijs als startpunt
Elke analyse begint met het verzamelen van wetenschappelijk bewijs uit gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCTs). In zo’n onderzoek wordt een groep mensen willekeurig verdeeld: de ene helft krijgt de interventie, de andere helft niet. Door beide groepen te volgen kunnen onderzoekers het directe effect meten zonder verstoring door andere factoren.
Voor malarianetten toont een overzichtsstudie van 23 onderzoeken dat insecticide-behandelde netten de kans op overlijden door malaria met 55% verminderen bij kinderen onder vijf jaar. Voor vitamine A supplementatie laat een analyse van 24 studies 24% sterftereductie zien. Bij ontwormingsprogramma’s vertrouwt GiveWell op een 20-jaar durende studie uit Kenia die de lange-termijn inkomenseffecten heeft gevolgd. Maar zo’n percentage uit onderzoek is nog geen impactcijfer.
Kosteneffectiviteitsmodellen: alle factoren systematisch doorrekenen
Het hart van de aanpak zijn uitgebreide modellen waarin relevante factoren worden doorgerekend. Deze modellen zijn openbaar beschikbaar en bevatten honderden parameters die samen bepalen hoeveel impact een euro werkelijk heeft. Voor malarianetten bevat het model bijvoorbeeld alle relevante kosten, zoals net en distributie. Gemiddeld komt dit op zo’n €3,90 per bednet uit.
Voor kosteneffectiviteit berekeningen nemen ze daarin ook praktische complicaties mee: netten gaan gemiddeld 2.11 jaar mee, en in sommige regio’s werken ze 25% minder goed door insecticideresistentie bij muggen.
Voor vitamine A suppletie zijn de kosten €0,86 per supplement toegediend. De impact verschilt ook per land, afhankelijk van hoeveel kinderen vitamine A-tekort hebben. Wij hanteren hierbij voor toporganisaties het gemiddelde.
Van complexe modellen naar jouw concrete impactcijfer
Al deze factoren worden doorgerekend naar het concrete getal dat je ziet wanneer je doneert:
Malarianetten
€100 ÷ €3,90 per net = 25 netten. Die 25 netten redden samen 0,018 kinderleven en voorkomen ongeveer 2 malaria-gevallen per jaar.
Vitamine A supplementen
€100 ÷ €0,86 per supplement = 116 supplementen. Die redden samen 0,029 kinderleven.
GiveWell houdt rekening met additionaliteit, oftewel, wat er zou gebeuren zonder jouw donatie. Bijvoorbeeld, als er 15% kans is dat andere organisaties vergelijkbare programma’s zouden financieren, wordt de geschatte impact verminderd. Daarnaast vergelijkt GiveWell alle interventies met de benchmark van het directe geven van geld aan mensen in extreme armoede. Malarianetten blijken ongeveer 15 keer kosteneffectiever, vitamine A supplementen 25 keer.
Onzekerheid en continue verbetering
GiveWell is transparant over onzekerheden. Voor malarianetten schatten ze kosten per gered leven tussen €3.200-8.500, voor vitamine A tussen €1.000-8.500. De modellen worden voortdurend aangepast op basis van nieuwe data. GiveWell actualiseert haar kosteneffectiviteitsmodellen regelmatig op basis van nieuwe data. De meest recente versies van alle modellen en onderliggende spreadsheets zijn te vinden op GiveWell’s cost-effectiveness models pagina.
Klimaat
De klimaatorganisaties die Doneer Effectief aanbeveelt, werken anders dan bijvoorbeeld een organisatie die malarianetten uitdeelt. Ze richten zich op systeemverandering: het beïnvloeden van beleid, het stimuleren van innovatie, en het aanjagen van de overgang naar een CO₂-vrije economie. Dit maakt impact meten een stuk ingewikkelder. Hoe weet je hoeveel CO₂-uitstoot je voorkomt door een organisatie te steunen die lobbyt voor klimaatbeleid? De onafhankelijke evaluator Giving Green heeft daar een methodiek voor ontwikkeld.
Hoe Giving Green organisaties selecteert
Giving Green volgt een vijfstaps onderzoeksproces voordat ze een organisatie aanbevelen:

Van strategie naar getallen: hoe werkt de kosten-effectiviteitsanalyse?
De kosten-effectiviteitsanalyse vormt onderdeel van stap vier in dit proces: het beoordelen van specifieke financieringsmogelijkheden bij organisaties.
Stap 1: De veranderingstheorie uitpluizen
Giving Green begint door de strategie van een organisatie in detail uit te werken. Wat wil de organisatie precies bereiken? Via welke stappen? En hoe realistisch is dat plan? Ze beoordelen elke strategie op drie punten:
Schaal: Richt de organisatie zich op sectoren die veel CO₂ uitstoten?
Haalbaarheid: Hoe moeilijk is het probleem op te lossen?
Financieringsbehoefte: Kunnen extra donaties echt het verschil maken?
Stap 2: De beslissende momenten identificeren
Vervolgens zoeken ze naar de cruciale beslispunten waar actie het meeste verschil kan maken. Dit kunnen momenten zijn waarop nieuwe wetgeving wordt aangenomen, investeringsbeslissingen worden gemaakt, of doorbraken in technologie plaatsvinden.
Stap 3: Concrete parameters bepalen
Voor elk beslispunt stellen ze concrete vragen. Bijvoorbeeld:
– Met hoeveel jaar kan belangenbehartiging de invoering van nieuwe regels versnellen?
– Hoeveel groter wordt de kans dat klimaat-kwetsbare landen meedoen aan internationale afspraken?
– Wat is de waarschijnlijkheid dat een technologie-innovatie eerder van de grond komt?
Voorbeelden uit de praktijk:
Opportunity Green: internationale scheepvaartregels.
Deze organisatie lobbyt voor strengere klimaatregels voor de scheepvaart. Hier is de volledige kosteneffectiveitsanalyse van Opportunity Green. Giving Green modelleerde hun impact door te schatten:
– Jaren dat hun belangenbehartiging nieuwe regelgeving versnelt
– Percentage verhoging van ambitieniveaus in internationale wetgeving
– Waarschijnlijkheidstoename dat kwetsbare landen deelnemen
Good Food Institute: alternatieve eiwitten.
Hier kan je de kosteneffectiviteitsanalyse van GFI vinden. GFI investeert in onderzoek naar plantaardige en gekweekte alternatieven voor vlees. Hierbij keken ze naar:
– Kans dat hun werk leidt tot doorbraken in voedselinnovatie
– Percentage impact op onderzoek & ontwikkelingsfinanciering
– Jaren dat innovatie-uitkomsten hierdoor eerder bereikt worden
Omgaan met onzekerheid: drie scenario’s
Omdat de toekomst onzeker is, maakt Giving Green voor elke organisatie drie scenario’s:
Pessimistisch: wat als alles tegenzit?
Realistisch: het meest waarschijnlijke resultaat
Optimistisch: wat als alles meezit?
Dit leidt tot grote verschillen in geschatte kosteneffectiviteit. Voor Opportunity Green variëren de kosten per ton CO₂ van €0,03 in het beste geval tot €6,96 in het slechtste geval. Het realistische scenario zit op €0,69 per ton. Wij gebruiken de realistische scenario’s voor onze impactdata die op mijn DoneerEffectief en op de website worden weergegeven.
Waarom deze grote onzekerheid geen probleem is
Die enorme spreiding tussen scenario’s lijkt misschien een zwakte, maar het is juist eerlijk. Bij systeemverandering is grote onzekerheid inherent aan het werk. Een beleidswijziging kan enorme impact hebben, maar ook helemaal mislukken. Het alternatief, doen alsof de impact precies te voorspellen is, zou misleidend zijn. Door verschillende scenario’s te tonen, geeft Giving Green een realistisch beeld van zowel de kansen als de risico’s.
Vergelijking met andere klimaatacties
Om deze cijfers in perspectief te zetten: Giving Green hanteert een drempel van €0,90-9,04 per ton CO₂ voor topaanbevelingen. Ter vergelijking:
– Bomen planten kost volgens het IPCC €50-100 per ton CO₂
– Technologische carbon offsets kosten meestal €144-424 per ton CO₂
– De gemiddelde klimaatinterventie is dus 10-50 keer duurder per ton CO₂
Meer dan alleen getallen
Belangrijk om te begrijpen: de kosteneffectiviteitsanalyse is niet het enige wat telt bij Giving Green. Deze berekeningen dienen als ‘plausibiliteitscheck’, ze helpen onrealistische claims eruit te filteren en geven richting aan de besluitvorming. Maar uiteindelijk gaat het om de combinatie van kwantitatieve analyse met kwalitatieve beoordeling. Factors zoals organisatiecapaciteit, track record en strategische positionering wegen mee in het eindoordeel.
Waarom deze aanpak beter werkt dan alternatieven
De klimaatorganisaties die Giving Green aanbeveelt, werken aan structurele veranderingen die ons naar een CO₂-vrije samenleving brengen. Hun impact is onzekerder dan directe interventies, maar in verwachting vele malen groter dan carbon offsets of bomen planten. Carbon offsets hebben vaak onduidelijke of tijdelijke effecten, denk aan bomen die later weer gekapt worden, of projecten die geen echte impact hebben. Giving Green focust juist op wat jouw donatie mogelijk maakt dat anders niet zou gebeuren.
Belangrijke kanttekeningen
De impactschattingen van Giving Green zijn geen compensatieclaims. Het is niet zo dat je met €20 aan klimaatdonaties ineens klimaatneutraal leeft. Het doel is niet om consumptiegedrag goed te praten. Wat de cijfers wel laten zien: sommige klimaatdonaties hebben tientallen keren meer impact dan andere.
Dierenwelzijn & Voedseltransitie
Effectieve interventies voor dierenwelzijn en voedseltransitie zijn—net als bij klimaat—vaak systemisch van aard. Door beleid of multinationals te beïnvloeden, kun je het leven van enorm veel dieren verbeteren of sparen. Dit maakt het inschatten van kosteneffectiviteit uitdagender, maar leidt ook tot indrukwekkend hoge resultaten.
Animal Charity Evaluators (ACE) voert de belangrijkste kosteneffectiviteitsanalyses uit binnen dit domein, aangevuld met berekeningen van FarmKind voor specifieke organisaties. ACE actualiseert haar methodologie en aanbevelingen jaarlijks. Omdat kosteneffectiviteitsanalyses voor dierenwelzijn nog relatief nieuw zijn, verbetert de aanpak elk jaar.
Waarom dierenwelzijn zo kosteneffectief is
Van alle wereldproblemen waaraan je via Doneer Effectief kunt doneren, ontvangt dierenwelzijn wereldwijd verreweg de minste aandacht. Minder dan 0,1% van alle mondiale donaties gaat naar landbouwdieren, terwijl zij meer dan 99% van alle gedomesticeerde dieren op aarde vormen. Ter vergelijking: jaarlijks wordt aan dit probleem minder besteed dan aan de renovatie van één gebouw van Harvard University. Deze verwaarlozing betekent dat extra donaties hier onevenredig veel verschil maken.
Stappen om kosteneffectiviteit te bepalen in ‘geholpen dieren per euro’.
De eerste manier om kosteneffectiviteit te bepalen is het aantal dieren dat wordt geholpen per gedoneerde euro. Bij het bepalen van de kosteneffectiviteit is vaak niet voor alle stappen directe data beschikbaar, waardoor er schattingen moeten worden gemaakt. Als er geschat moet worden, worden er altijd drie schattingen gedaan: conservatief, realistisch en optimistisch. Hierdoor ontstaan er drie uiteindelijke schattingen van kosteneffectiviteit. Wij geven op onze website altijd de realistische, meest plausibele, cijfers weer.
We illustreren de methode die ACE gebruikt om kosteneffectiviteit te bepalen aan de hand van een voorbeeld; het chef-trainingsprogramma van Dansk Vegetarian Forening (DVF), zie hier de originele berekening. DVF traint chefs in plantaardig koken, waardoor er in de restaurants waar deze chefs werken meer plantaardige en minder dierlijke maaltijden worden bereid.
ACE bepaald door middel van de volgende stappen het aantal geholpen dieren per euro:
1. Directe uitkomst van het programma
Dit is wat een programma direct oplevert en wordt bepaald aan de hand van cijfers die het goede doel aanlevert en door ACE worden geverifieerd. In ons voorbeeld: het aantal chef’s dat het trainingsprogramma doorliep in het afgelopen jaar.
2. Tussenuitkomst per jaar
Dit is het effect van de directe uitkomst. Voor ons voorbeeld: het aantal dierlijke maaltijden dat jaarlijks wordt vervangen door plantaardige alternatieven door chef’s die de training hebben doorlopen.
4. Duur van de impact
Een schatting van hoe lang het positieve effect van de interventie aanhoudt. In ons voorbeeld; het aantal jaar dat een gemiddelde chef door de training meer plantaardig blijft koken.
5. Directe impact
Door de jaarlijkse tussenuitkomst te vermenigvuldigen met de duur krijgen we de directe impact; het totale aantal vervangen maaltijden door het programma.
6. Aantal dieren
Vervolgens worden de uitkomsten van een programma vertaald naar het aantal dieren dat ermee geholpen is. In ons geval wordt het aantal vervangen maaltijden omgezet in het aantal gespaarde dieren, op basis van het gemiddelde aantal dieren per dierlijke maaltijd. Momenteel tellen we het aantal gespaarde garnalen hier niet in mee, omdat hun grote aantallen een vertekend beeld geven.
7. Correcties
Daarna is het belangrijk om correcties toe te passen op de schattingen. Impact wordt onzekerder naarmate deze verder in de toekomst ligt; daarom weegt impact in de toekomst minder zwaar mee (met een afname van 4% per jaar). Daarnaast wordt er gecorrigeerd voor de kans dat andere partijen vergelijkbare programma’s zouden hebben uitgevoerd. In ons geval gaat het om een schatting van de kans dat de getrainde chefs anders een vergelijkbare training zouden hebben ontvangen.
8. Geholpen dieren per euro
Tenslotte wordt de gecorrigeerde schatting van het aantal geholpen dieren gedeeld door de kosten van het programma. Er wordt daarna nog eventueel gecorrigeerd voor verwachte kostenstijgingen of -dalingen.
Let op: Dierenwelzijnsorganisaties hebben vaak vele programma’s en activiteiten, die niet allemaal geëvalueerd kunnen worden. ACE schat daarom de kosteneffectiviteit in van slechts één of twee hoofdprogramma’s, wat extra onzekerheid met zich meebrengt.
Waarom ‘geholpen dieren per euro’ niet het hele verhaal vertelt
Het voorbeeld van net ging over het voorkomen dat dieren in de bio-industrie terechtkomen. Maar je kunt ook proberen het leven van dieren die daar al in zitten beter te maken. Dat helpt per dier meestal minder dan ze helemaal uit de industrie houden; hun leven wordt iets beter, maar blijft nog steeds slecht.
Idealiter willen we dus meenemen in hoeverre een dier daadwerkelijk wordt geholpen, in plaats van alleen het aantal geholpen dieren te tellen. Dat betekent dat we willen weten hoeveel lijden een interventie per euro vermindert. Dat is echter best ingewikkeld, omdat we dan het lijden van verschillende diersoorten én de effecten van allerlei soorten interventies met elkaar moeten vergelijken.
Voor deze vertaalslag maakt ACE gebruik van schattingen over de capaciteit van een diersoort om te lijden (zie het Moral Weights Project). In dit systeem heeft een mens de maximale capaciteit van 1. Varkens krijgen een lagere waarde dan mensen, maar een hogere dan vissen of garnalen. Door middel van deze cijfers kan vervolgens worden berekend hoeveel pijn een bepaalde diersoort gemiddeld lijdt in de bio-industrie en hoeveel dat is in een scenario met verbeterde levensomstandigheden. Het verschil tussen deze scenario’s vormt de winst van het programma, uitgedrukt in ‘voorkomen dagen aan heftige pijn bij mensen’ (lees hier meer informatie over de methodiek).
Let op: Deze vergelijkingen tussen diersoorten zijn zeer onzeker. Hoewel we cijfers geven in “voorkomen dagen aan heftige pijn bij mensen”, willen we benadrukken dat dit een nieuwe en onzekere manier is om kosteneffectiviteit uit te drukken.
Waarom we van sommige organisaties de kosteneffectiviteit niet publiceren
Dierenwelzijn krijgt van de drie grote probleemgebieden het minste geld. Enerzijds leidt dit tot veel onbenutte kansen, maar anderzijds zijn veel strategieën nog nauwelijks getest, waardoor het vaak onduidelijk is hoe effectief ze zullen zijn.
ACE beveelt daarom bewust zowel grote, gevestigde organisaties met een bewezen aanpak aan als nieuwere spelers met innovatieve methoden. Bij gevestigde organisaties kunnen kosteneffectiviteitscijfers worden bepaald op basis van hun resultaten uit het verleden. Voor nieuwe organisaties of aanpakken is dit echter niet mogelijk.
Deze jonge, kleine organisaties worden daarom beoordeeld op basis van andere criteria: hun potentie om uiteindelijk zeer kosteneffectief te worden; een sterke methode van verandering (theory of change); de kwaliteit van de mensen in de organisatie; een duidelijk plan voor het gebruik van het geld. Omdat de kosteneffectiviteitsanalyses voor deze organisaties te onzeker zijn, publiceren we deze niet.
Meer dan alleen kosteneffectiviteit
Ook bij grote organisaties zijn schattingen van kosteneffectiviteit niet het enige punt waarop organisaties beoordeeld worden. Het bepalen van kosteneffectiviteit binnen dierenwelzijn is uitdagend en onzeker, waardoor het niet redelijk is om een organisatie alleen maar te beoordelen om hun effectiviteitscijfers.
Neem bijvoorbeeld The Humane League: Naast het direct bewerkstelligen van bedrijfstoezeggingen voor het kooivrij maken van kippen, leiden zij ook de Open Wing Alliance – een samenwerkingsverband van meer dan 100 organisaties die werken aan betere leefomstandigheden voor kippen. Deze indirecte impact door het versterken van de beweging wordt momenteel niet meegenomen in de cijfers, maar is wel belangrijk.
In pure kosteneffectiviteitscijfers scoort The Humane League lager dan bijvoorbeeld Sinergia Animal. Door de grote onzekerheid in de cijfers kunnen we echter niet zomaar concluderen dat de ene organisatie zeker beter is dan de andere. Dit maakt duidelijk waarom een bredere beoordeling, die verder gaat dan alleen kosteneffectiviteit, essentieel is in dit complexe probleemgebied.
De impact van doneren aan Doneer Effectief
Naast data over de directe impact van jouw donatie, schatten wij ook de impact van een donatie aan Doneer Effectief zelf. Door effectief geven in Nederland op de kaart te zetten, toegankelijk te maken en gratis onafhankelijk advies te geven, zorgen wij dat er meer geld bij effectieve goede doelen terechtkomt.
Wij schatten daarom jaarlijks onze ‘impact multiplier’: hoeveel euro extra naar effectieve goede doelen gaat per euro operationele kosten van Doneer Effectief. Dit berekenen we volgens de methode van Giving What We Can, in zowel een realistisch als een conservatief scenario.
Hoe berekenen we dit?
1. We tellen op: donaties aan effectieve goede doelen dat jaar + verwachte opbrengsten uit nalatenschappen
2. We corrigeren dit cijfer o.a. voor donaties die ook zonder Doneer Effectief naar effectieve goede doelen waren gegaan (op basis van hoe mensen ons vonden)
3. We delen dit door onze jaarlijkse kosten
Het resultaat is onze impact multiplier.
Wat betekent dit voor jou als donateur?
De impactcijfers die Doneer Effectief presenteert, zijn gebaseerd op het best beschikbare bewijs en transparante, verifieerbare modellen. Die modellen zijn niet perfect, maar ze zijn eerlijk over hun aannames en onzekerheden. Ze geven je als donateur het beste beschikbare kompas om je geld echt goed te gebruiken.
Als je ziet dat je donatie 50 malarianetten of 5 ton CO₂-equivalent mogelijk maakt, dan weet je: dit zijn geen marketingclaims, maar gefundeerde schattingen van organisaties die transparantie en effectiviteit vooropstellen. En dat betekent: je hebt daadwerkelijk verschil gemaakt.
Effectief de wereld verbeteren?