De kunst van geld weggeven met het ‘drie potjes principe’

Bram Schaper | 12-03-2024

Recruiter Wendy van Wijngaarden meldt zich op LinkedIn. Ze geeft 5% van haar omzet aan de aarde, schrijft ze. Wat een mooi bericht. En, ze is niet de enige. Onderzoek van ‘Geven in Nederland’ uit 2022 onthult dat 86% van de huishoudens elk jaar aan minstens één goed doel geeft. We geven samen daarmee een bedrag van 2 miljard euro weg. Bedrijven geven daar bovenop nog eens een krappe 2,2 miljard weg. Nederlanders, zo is mijn conclusie, zijn bui-ten-gewoon vrijgevig. In ieder geval veel vrijgeviger dan ik dacht!

Maar, nu komt het.

De vraag van Wendy is hoe ze haar geld het beste kan weggeven, want ook geld dat je weggeeft kan je maar één keer uitgeven. Een treffend antwoord op deze vraag herlas ik in het boek ‘Beter worden in goed doen’ van moraalfilosoof Stijn Bruers. Hij beschrijft het drie-potjes-principe. Dit is wat ik leerde.

Als je geld hebt dan geef je dat in eerste instantie uit aan jezelf. Dat is natuurlijk potje 1. Logisch ook, want je wilt voor jezelf en voor je naasten kunnen zorgen. En, als het even kan, een prettig en zorgeloos leven leiden. Tegelijkertijd is er, in veel gevallen, best wel geld genoeg.

De volgende stap kan dan zijn om een deel weg te geven. Bijvoorbeeld aan bekende doelen waar je een bepaalde sympathie voor voelt of een persoonlijke betrokkenheid bij hebt. Dat is potje 2. Zo geef ik aan De Zonnebloem, omdat ik mijn oma zag vereenzamen na de dood van opa. En, ik geef aan Stichting Jarige Job, omdat mijn ouders het in mijn kinderjaren een tijd financieel lastig hebben gehad. Voor beide doelen koester ik een specifieke sympathie. Het doel dóet me wat.

Wat ik tot voor kort niet wist is dat er naast een tweede potje ook een derde potje bestaat. Dat potje is bestemd voor goede doelen die aantoonbaar wereldproblemen helpen oplossen en waar het maximale resultaat per gedoneerde euro telt. Potje 3 gaat alleen om impact. Het zijn doelen waar ik niet van wist dat ze bestonden. De selectie wordt bepaald door evaluaties van onafhankelijke wetenschappelijke onderzoeksinstellingen die de doelen beoordelen op hun effectiviteit. Hun topaanbevelingen kunnen bovendien per jaar veranderen, als andere goede doelen beter uit de bus komen. Een persoonlijke voorkeur of affiniteit met het doel doet niet ter zake.

Toen ik zelf voor het eerst las over het bestaan van potje 3 zag ik in dat ik nog nooit gedoneerd had volgens objectieve criteria. Als ik een koelkast, droger of laptop kocht, dan zocht ik wèl uit wat ‘de beste koop’ voor mij zou zijn. Waarom zou ik meer waarde hechten aan een goede koop voor mijzelf dan aan een goede koop voor een ander? Of voor ‘een betere wereld’? Dat voelde ineens een beetje vreemd.

Uiteindelijk is voor mij de kunst nu om te bepalen hoe mijn geld te verdelen over de drie potjes. Op dit moment geef ik geef 10% van m’n netto inkomen weg, waarvan zo’n 5% naar potje 2 gaat en 95% naar potje 3. Wendy geeft 5% van haar omzet aan potje 3. Hoe zou jij de verdeling maken?

Drie potjes

Met bijzondere waardering voor de geleende inzichten van @Stijn Bruers. Dank je wel.

Orange cross